
‘Ze kwam mee voor de gezelligheid en bleef als vrijwilliger’
Sommige bezoekjes duren langer dan gepland. Ineke van Polanen ging een aantal keer mee met haar dochter Karin ten Napel, die werkt als verzorgende IG bij Coloriet de Regenboog in Dronten. In de eerste plaats voor wat extra gezelligheid. Maar aan tafel, tussen de koffie en de gesprekken, merkte Ineke hoeveel verschil extra aandacht kan maken. Ineke bleef en helpt nu als vrijwilliger mee op de afdeling.
Karin werkt op de Bloesemlaan, een afdeling waar mensen wonen met een lichamelijke aandoening. Vooral de ochtenden zijn druk: rapportages lezen, medicatie uitdelen en bewoners helpen met wassen, aankleden en ontbijten. ‘Het is zorg met veel verantwoordelijkheid,’ vertelt Karin. ‘Er zijn zoveel taken, dat het stukje extra aandacht soms op de achtergrond raakt. Terwijl bewoners dat vaak wel nodig hebben.’ Juist daarom maken vrijwilligers het verschil. Zij hebben wél tijd voor dat extra kopje koffie, een praatje of een spelletje tussendoor. Kleine momenten die bijdragen aan een fijne dag voor bewoners en het werk van collega’s ondersteunen.
Kleine moeite
Ineke hoefde niet lang na te denken toen Karin vroeg of ze een keer mee wilde. Ze deed eerder vrijwilligerswerk en vindt het fijn om iets voor anderen te betekenen. ‘Ik ben gewoon een keer meegegaan om te ervaren hoe het zou zijn,’ zegt Ineke. ‘En ik vond het meteen leuk.’ Het bleef niet bij die ene keer. Ineke ging een tweede keer mee en is inmiddels officieel vrijwilliger bij Coloriet de Regenboog. ‘Ik help met koffie schenken, het ontbijt en opruimen. Laatst heb ik de nagels van een bewoner gelakt.’ Volgens haar zit het in kleine dingen. Een extra praatje, een lach, een grapje tussendoor. ‘Soms begin ik zomaar over iets en dan wordt het levendig aan tafel. Dat is zó gezellig.’ Karin ziet wat het doet. ‘Bewoners blijven langer zitten, er is meer gesprek. En ze vragen ook echt: “Wanneer komt je moeder weer?”’
Samen op de werkvloer
Voor moeder en dochter is het bijzonder om dit samen te doen. Ineke rijdt met Karin mee en is er meestal als Karin dienst heeft. Dat maakt het praktisch, maar ook vertrouwd. ‘Samenwerken gaat prima. Als ik bezig ben met zorgtaken, helpt mijn moeder met kleine dingen op de kamer.’ Ineke vindt het mooi haar dochter zo aan het werk te zien. ‘Je hebt normaal gesproken geen idee wat je kind op het werk doet,’ zegt ze. ‘Ik zie haar hier en denk: ze doet het echt met liefde. Dat maakt me trots.’
Onder de mensen
Wat Ineke doet, lijkt misschien klein. Maar op de afdeling maakt het een groot verschil. Karin merkt hoe waardevol het is als er iemand is die net wat meer tijd heeft. ‘Vrijwilligers vullen precies dat stukje aan,’ zegt Karin. ‘Wij moeten veel regelen en uitvoeren. Dan is het fijn als er iemand is die even wat extra aandacht kan geven. Dat is niet alleen prettig voor bewoners, maar ook voor collega’s.’ Voor Ineke zelf betekent het vrijwilligerswerk ook veel. Ze is afgekeurd en zit veel thuis. Vooral in de winter kunnen de dagen dan lang aanvoelen. ‘Ik ben weer onder de mensen en voel me nuttig,’ zegt ze. ‘Ik heb wat om naar uit te kijken en krijg er zelf ook energie van.’ Het belangrijkste is dat het vrijwillig blijft. ‘Ik doe het op mijn eigen tempo,’ zegt Ineke. ‘Geen druk. Het moet wel leuk blijven. En dat is het ook.’
Het werkt twee kanten op
Karin vindt het mooi dat haar moeder haar plek heeft gevonden. ‘Het is bijzonder om te merken wat het met bewoners én mijn moeder doet.’ Ineke lacht. ‘Als je ziet dat ze ervan opknappen, dan denk je: ja, hier kom ik graag voor terug.’ Karin hoopt dat hun verhaal anderen inspireert. ‘Veel mensen hebben wel iemand in hun omgeving die dit ook leuk zou vinden. Een moeder, een buurvrouw, een tante. Het kan heel simpel beginnen. Gewoon een keer meelopen. En soms groeit daar iets blijvends uit.’
